Wie dagelijks of occasioneel gebruikmaakt van het openbaar vervoer, zal het binnenkort ook in de portemonnee voelen. Zowel de NMBS als De Lijn voeren vanaf 1 februari 2026 een tariefaanpassing door. Al blijven er belangrijke uitzonderingen en maatregelen om het openbaar vervoer betaalbaar te houden voor specifieke doelgroepen.
NMBS: beperkte indexering, maar ook prijsdalingen
Bij de NMBS worden de tarieven aangepast volgens het Openbaredienstcontract met de Belgische Staat. Treintickets stijgen gemiddeld met 2,14%, terwijl abonnementen een indexering van 2,60% krijgen.
Toch is het niet alleen slecht nieuws. Zo blijft de Train+ kaart ongewijzigd in prijs. Volwassenen tussen 26 en 64 jaar blijven €6 per maand of €48 per jaar betalen. Voor jongeren, senioren en personen met een verhoogde tegemoetkoming blijft dat €4 per maand of €32 per jaar. Met deze kaart genieten reizigers van 40% korting tijdens daluren en in het weekend, en geldt er een maximumprijs per rit.
Ook het fietssupplement en huisdiersupplement blijven onveranderd, net als de maximumtarieven voor houders van Train+.
Een opvallende wijziging is dat abonnementen voor trajecten langer dan 120 km goedkoper worden. De maximale tarifaire afstand wordt verlaagd van 150 naar 120 km, waardoor de maximumprijs van deze abonnementen met 16% daalt.
Daarnaast wil de NMBS het combineren van auto en trein aantrekkelijker maken. Treinreizigers zullen gemiddeld 27% minder betalen voor een dagticket voor de autoparking. Voor niet-treinreizigers stijgt de prijs wel licht. De 10-beurtenkaarten voor parkings verdwijnen, net zoals de ‘Multi’-tickets voor treinritten, die al enkele jaren niet meer verkocht worden.
Voor pendelaars die slechts enkele dagen per week reizen, blijven de Flex Abonnementen en Flex Parking-formules bestaan als alternatief op maat.
De Lijn: grotere stijging, maar gerichte korting voor jongeren
Bij De Lijn ligt de gemiddelde tariefstijging hoger. Over het volledige aanbod bedraagt die gemiddeld 4,2%. Die stijging volgt volgens de vervoersmaatschappij de algemene inflatie en de gestegen kosten voor lonen, energie en materialen.
Toch blijven de meeste occasionele tickets ongewijzigd. Een enkel ticket, dagticket of 3-dagenticket blijft dus even duur. Enkel de 10-rittenkaart, 50-rittenkaart en het groepsticket worden licht duurder.
De grootste verandering zit bij de abonnementen. Sommige formules stijgen aanzienlijk, zoals de Omnipas, die voor een jaarabonnement oploopt tot €499. Tegelijk is er ook goed nieuws voor jongeren: op vraag van de Vlaamse regering wordt de Buzzy Pazz voor 18- tot 24-jarigen fors goedkoper. Het jaarabonnement daalt van €215 naar €165.
Volgens Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder is dat een bewuste keuze: jongeren staan op een kantelmoment in hun leven en moeten extra gestimuleerd worden om voor duurzame mobiliteit te kiezen.

Aandacht voor betaalbaarheid blijft
Zowel bij De Lijn als bij de NMBS blijven sociale tarieven, gezinskortingen en tussenkomsten van werkgevers of gemeenten bestaan. Voor sociale tarieven moet de Vlaamse Regering nog verdere beslissingen nemen, maar het uitgangspunt blijft dat kwetsbare groepen beschermd worden tegen te hoge vervoerskosten.
Wat betekent dit concreet?
Voor wie af en toe reist, blijft de impact beperkt. Pendelaars en abonnementhouders zullen de stijging wel voelen, al worden sommige groepen tegelijk gecompenseerd via gerichte kortingen of nieuwe flexibele formules.
Het openbaar vervoer blijft daarmee balanceren tussen betaalbaarheid en financiële haalbaarheid, in een context van stijgende kosten en indexeringen.
Meer info op www.nmbs.be en www.delijn.be .

